calendar

 

Peter Semolic

Biography

Peter Semolic (Ljubljana, 1967) belongs to the leading generation of young Slovenian authors. His work has been labelled "new simplicity" by the Slovenian literary critics, but his transparency and an innocent imagery often hide a strong undercurrent of strong emotions and confessions. Besides poetry Semolic writes prose, radio plays, essays and translates from Croatian, Serbian, French and English. He received several prizes for his work, among them the Jenko Poetry Prize and the Prešeren Prize (the National Prize for Arts and Literature). His poems have been translated into ten languages. Semolic shall dedicate himself in Brussels to a new collection of city poems. His stay here is within the framework of the EU chairmanship of his country, on the occasion of which Het beschrijf organised an evening with six contemporary Slovenian authors in March.

Top

Authors' text

Schrijfrapport uit Passa Porta

Literatuurhuizen heb ik altijd vermeden. Ze doen me denken aan een scène uit de film Tales of Ordinary Madness van de Italiaanse regisseur Franco Zeffirelli waarin een literatuurhuis als een groot kantoor wordt voorgesteld, verdeeld met kamerschermen in kleine afdelingen. Schrijvers en uitgevers druk bezig met het produceren van literaire teksten. Daarom is een literatuurhuis voor mij dus een soort schrijffabriek; en ik was ontzettend bang dat mijn taak, namelijk "schrijver zijn", onder zulke omstandigheden niet altijd even makkelijk zou zijn. Maar gedurende afgelopen maand heb ik in Passa Porta gewoond op de tweede verdieping aan de Rue du Vieux Marché aux Grains 28 wachtend op mijn eerste verzen uit deze contreien.

Frank de Crits

De man die mij aangemoedigd heeft om in het literatuurhuis Passa Porta te verblijven is de dichter Frank de Crits. Ik ontmoette Frank tijdens een poëziefestival in Namen en onmiddellijk hadden we in de gaten dat het tussen ons klikte: poëzie, bier, voorkeur voor niet- conventionele plekjes in een stad. Na Namen volgde een ontmoeting in Ljubljana, tijdens het Trnovo-festival, waarvoor de dichteres Vera Pejovič en ik de gedichten van Frank vertaalden. Frank had een druk programma in Ljubljana; het festival was een groot succes, en zoals elk festival in het buitenland, was de nationale televisie aanwezig; het grootste deel van de tijd vergezelden ons vijftien graden celsius volgens de winterthermometer als we de stad doorkruisten. Tijdens een van onze wandelingen stelde Frank mij voor om een verblijf in Passa Porta aan te vragen. Na mijn twijfels betreft de schrijvershuizen, maakte hij mij met een handgebaar duidelijk: "Doe het nu maar!"

Passa Porta

Het huis is groot, haast te groot. Tijdens de eerste avond verdwaalde ik op zoek naar bepaalde dingen die ik ergens had gelegd maar me niet meer kon herinneren waar. Ik reisde tussen de werkkamer en de slaapkamer en terug en de stad achter de ramen leek me minder klein en angstig dan het literatuurhuis. Spiegels waren nergens te bekennen en daarom was mijn ruimtebesef beperkt. Tijdens de eerste nacht maakte ik mijn slaapkamerdeur automatisch op slot. Ook een deur die naar een kleine gang leidt en uitkomt op de badkamer en de slaapkamer ging achter slot en grendel. En toen zag ik hem. Een vermoeide man stond voor de deur en keek enigszins verloren voor zich uit. Enkele minuten had ik nodig om te beseffen dat ik in een spiegel keek. Ik moest glimlachen. Ik doopte hem als mijn kamergenoot, als mijn portret van Dorian Grey. Ik was niet meer verloren.

Beelden uit Brussel

Ik ben niet van plan om te schrijven over plaatsen als Grand Place, Place du Sablon of het Koninklijk paleis. Dat zijn prachtige plaatsen en gebouwen waarover elke willekeurige toeristische brochure daar veel meer over kan vertellen dan ik. Mijn gids in Brussel was Frank die mij bij elk traditioneel beeld talloze geheime plaatsen onthulde, zoals bijvoorbeeld de stenen borden in bepaalde smalle steegjes met het reliëf van een Indische olifant en een opschrift in oud Vlaams die weleer een uitnodiging was voor een slok bier en een goed gesprek bij de "Oude olifant"; of de houten borden bij sommige oude vervallen huizen. Achter de borden was er niemand: noch mensen noch geesten. Alleen lucht, leegte... De houten borden fascineerden me: Ondanks het feit dat Brussel zich steeds opnieuw vernieuwt, en er overal wordt gebouwd, behouden de stedelingen toch een herinnering aan het verleden; zie bijvoorbeeld het houten huis in het Centraal station van Victor Horta; duidelijke sporen van het verleden in het heden; een kroniek over het beeld van de stad in het verleden. Zo'n subtiel gevoel voor het verleden en dus voor het bewaren van het geheugen, is iets wat ik thuis mis.

Schrijven

Ik denk dat mijn schrijven voortkomt uit een binnenwerkelijkheid en een buitenwerkelijkheid, waarin beide werkelijkheden overeenkomstig moeten zijn. In dit proces spelen mensen natuurlijk een belangrijke rol, maar het zijn niet zomaar willekeurige mensen. Het moeten mensen zijn die bijvoorbeeld verliefd zijn op bepaalde natuurgebieden of steden. Op deze manier wil ik ook mijn dichterlijk steentje tot die plaatsen bijdragen. In mijn geheugen zijn bepaalde plaatsen verbonden met een bepaalde houding en natuurlijk met mensen die onder anderen ook mijn beste vrienden zijn. Kortom: de stad Brussel is voor mij altijd verbonden met Frank de Crits. Als hij er niet was geweest, zou mijn ervaring in deze stad lang niet zo rijk zijn geweest. Met zijn hulp is het mogelijk geweest om een dichterlijk gesprek met Brussel te voeren. Natuurlijk is het Brussel uit mijn gedichten niet letterlijk het echte Brussel waarin zijn stadgenoten leven. De stad Brussel die in mijn poëzie aanwezig is, is een stad uit woorden, letters en toespelingen; nogmaals, een literaire plek die alleen in grote lijnen met de echte stad overeenkomt. Het Brussel in mijn gedichten is een momentopname uit allerlei kleine verhalen die voortkomen uit gesprekken met vrienden of bekenden; een verhaal gebaseerd op enthousiasme, maar tevens ook een relaas op papier over angst en twijfel; een verhaal over het gemis van Ivana, mijn vriendin... Maar vooral een verhaal vol humor over Brussel. En de dichter van deze gedichten is een tevreden luilak midden in de Europese hoofdstad. Met Frank en met het verblijf in Passa Porta heb ik namelijk iets bereikt wat ik bijna was vergeten. Namelijk de dagelijkse sleur doorbreken waarin ik in Ljubljana gevangen zit. Uit de dagelijkse routine vluchten is één van de belangrijkste eisen -zoals wellicht iedereen al weet- om een kunstwerk te kunnen scheppen.

Brussel

Met Frank en met de schrijvers Koen Peeters en Alain Berenboom zit ik na 'Literatuur op de middag' te lunchen niet ver van het kunstencentrum Bozar. Ik luister naar hun verhalen en besef hoe makkelijk ze heen en weer springen tussen het Nederlands en het Frans; met mij is de voertaal Engels. Ik denk over de keuze betreft Brussel als bestuurlijk centrum van de Europese Unie, ook al ben ik niet helemaal op de hoogte van de geschiedenis, is het denk ik een logische keuze. Nederlands (Vlaams) en Frans lopen over elkaar heen, maar ook andere Europese en niet-Europese talen vermengen zich probleemloos. Met een rijk mozaïek aan talen en culturen is Brussel een hedendaagse metropool, kortom, een wereldstad. Maar ondanks de kosmopoliete sfeer ontdek ik af en toe ook een ander kant van Brussel, een soort provinciaal Brussel. Dat is het Brussel afkomstig uit de cafés, zoals Monk's café -figuurlijk gesproken- die de geest van Montparnasse of St-germain-de-press evenaren, en die ik vijftien jaar geleden toen ik in Parijs woonde tevergeefs zocht. Maar hier geldt een café nog steeds als een publieke gelegenheid waarin mensen ideeën en meningen met elkaar kunnen uitwisselen, en waar ik bijvoorbeeld een vertaler ontmoet die met zijn laptop een dik boek aan het vertalen is. Ik wil geloven dat zo'n dik boek ook in een café oorspronkelijk is geschreven. Enkele mensen uit een klein restaurant vlakbij Bozar voegen eraan toe dat de Belgen afkeer hebben aan Brusselaars. En dat kan ik geloven. New York is niet hetzelfde als de Verenigde Staten van Amerika; Brussel is niet gelijk aan België. De stad heeft een eigen identiteit en eigen gewoonten. Ik ben me natuurlijk bewust dat niet alles koek en ei is en dat ik bepaalde dingen door een toeristische bril zie; en ik zou liegen als ik niet op de hoogte zou zijn van bepaalde spanningen zijn tussen verschillende etnische groepen. Maar toch voel ik dat de Grote Markt en omgeving een speciale betekenis hebben. En juist dit stukje Brussel heeft mij betoverd. Omdat ik zowel in hoofdsteden als in provinciale steden heb gewoond, weet ik dat Brussel voor mij een ideale combinatie tussen beide levensvormen biedt.

De zon schijnt op de Place du Sablon

Het is nog te vroeg om mijn dichterlijke, toeristische en menselijke ervaringen over mijn verblijf in Brussel goed te verwoorden. Maar een ding is zeker: Brussel heeft me heel veel bijgeleerd. De stad en ik begrijpen elkaar. Met Frank zat ik op de Place du Sablon toen ik een gevoel kreeg die ik ooit in Parijs had: Ik moet een keer terug. Ik bedoel: niet per sé naar Brussel, maar terug naar deze plek.

Brussel, Passa Porta, 21 april 2008

Vertaling: Santiago Martin

Top
Passa Porta
31.03.08 > 28.04.08

Bookmark and Share Back