calendar

 

Rachida Lamrabet

Biography

Rachida Lamrabet (1970) is a Flemish novelist and playwright. She also works as a lawyer at the  Interfederal Centre for Equal Opportunities.

Lamrabet made her debut in 2007 with Vrouwland (De Bezige Bij), a novel about young migrants who seek happiness and a better life, but find themselves torn between Morocco and the West. The book was awarded the Flemish First Book Prize (Vlaamse Debuutprijs).

In 2008 Lamrabet published a collection of short stories under the title Een kind van God (Manteau). The friction over migration is a recurrent theme in her oeuvre. Addressing this issue from the migrant's point of view, the author exposes the complexities of social inequality. Her most recent novel, De man die niet begraven wilde worden (De Bezige Bij), published in 2011, tells the story of a young man's struggle to reconcile his conservative Muslim background and the modern Western society he lives in. Since then, Lamrabet has written several plays, including De handen van Fatma (2014). Some of her novels have been translated into German.

Rachida Lamrabet will be working on a new novel during her residency at the Literarisches Colloquium.

 

Photo © Koen Broos     

Top

Authors' text

Brief aan Neel Mukherjee

 

Beste Neel,

Mijn God, Neel, hoe slaag jij erin om in deze stad te schrijven? Hoe slaag je erin deze stad buiten te sluiten, er afstand van te nemen en je innerlijke wereld op de voorgrond te halen?

Slapen Londenaars wel?

Alles went denk ik dan, het lawaai, de lichten, het verkeer en de miljoenen mensen. Als je maar lang genoeg in het gewoel rondloopt.

Tijd om te wennen heb ik niet. Ik neem de bus en de metro. Bus 19 rijdt vanaf Battersea Bridge over de rivier,  dwars door een eindeloze aaneenschakeling van fonkelende winkels. Winkelstraat na winkelstraat, de chicste boetiekjes en exclusiefste merken. ‘Gewone' winkels zijn in dit deel van de stad een zeldzaamheid. Kleine bakkerijen zijn uitgestorven en hetzelfde lot wacht de kleine boekhandelaar. Waterstone's, een grote boekhandelketen is, net als Starbucks en Mcdonalds, op bijna elke straathoek aanwezig.

Le mal de l'infini noemde de Franse socioloog Durkheim het, het destructieve en onbegrensde verlangen naar steeds meer. Nu ik hier dag na dag voorbij deze vreselijke overdaad aan onbereikbare weelde  rijd, ben ik ervan overtuigd dat het veel te gemakkelijk is om wat hier een aantal maanden geleden gebeurde enkel af te doen als blind vandalisme en plunderingen. Er zit iets fundamenteels fout in onze samenlevingen en dat triggert de woede en vernielzucht van jonge mensen.

Er zijn in deze grenzeloze stad heel veel verhalen, je kan niet anders dan luisteren, kijken en je afvragen waar deze stad haar energie vandaan blijft halen. Voor mensen die weten hoe ze op deze energie moeten surfen, zijn de mogelijkheden onbeperkt. Alle anderen worden platgewalst.

Het is heel moeilijk om je af te sluiten van deze stad en ik vraag mij af hoe jij daarmee omgaat? Hoe blijf je meester van je eigen literaire ambitie en agenda in een stad die je dwingt partij te kiezen, kleur te bekennen. In een stad die je in haar wervelende verhalen meezuigt?

De verleiding is groot om niet alleen een buitenstaander te zijn,maar werkelijk deel uit te maken van deze stad.  Iemand die de hartslag van deze stad niet enkel hoort maar ook voelt.

Londen geeft je die ruimte, hier kan je doen alsof je geen vreemdeling bent, je kan doen alsof je bij de stad hoort, je kan doen alsof je heel goed weet waar je naartoe gaat. Kleur, etnie en religie lijken er niet toe te doen.

Ik was ervan overtuigd dat Britten minder krampachtig omgingen met diversiteit. Ik moet toegeven dat de tulbanddragende politieagenten tot mijn verbeelding spraken. Ik dacht dat in Londen het gevaar van een eenzijdig verhaal, waarvoor de Engelstalige Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Adichie waarschuwt,   onbestaande was.

Of is dat maar een prachtige illusie?

The Office of statistics bijvoorbeeld, jullie nationaal instituut voor de statistiek, is anders zeer bedreven in het onderverdelen van onderdanen in kleur.

Voor elke bevolkingsgroep heeft deze instelling een kleur. De grootste groep zijn nog steeds de blanken die dan nog  eens onderverdeeld worden in British Whites, gevolgd door Ierse blanken. Een kleine minderheid wordt gedefinieerd als ‘andere  blanken'. Het moet duidelijk zijn dat je niet alle blanken zomaar op één hoop kan gooien. En omdat de huidskleur van Indiers, Pakistanen en Bangladeshi zo moeilijk te vatten is in één omschrijving, houdt het instituut het voor deze categorie van mensen bij de benaming van  Zuid-Aziaten.

Minder moeilijk is het om de mensen Subsahariaans Afrika of de Caraïben onder te verdelen, daarvoor zijn er de categorieen Britse, Afrikaanse  en Caribische  zwarten met, net als bij de blanken, een restcategorie ‘andere zwarten'. Er zijn de ontelbare variaties van de Mixed races, ‘gemengde rassen'. Dat er geen wetenschappelijke fundering is om de menselijke soort onder te verdelen in zogenaamde rassen vormt blijkbaar geen bezwaar voor jullie instelling.

Chinezen blijven voor de Britse statistieken gewoon Chinezen.

Voor alle andere ondefinieerbare kleuren is er de categorie ‘Andere etnische groepen'.

Dus bij jullie tellen ze gekleurde kraaltjes.

In ons land zijn er ook mensen die ervan dromen om gekleurde kraaltjes te kunnen tellen en in de juiste vakjes te steken, het zou het leven zoveel overzichtelijker maken.

‘Ook hier is het als niet-blanke Britse schrijver zeer moeilijk om tot de mainstream literatuur te worden gerekend.' Zegt Kamila Shamsie mij wanneer ik haar vraag naar de perceptie van haar werk.

Als Brits-Pakistaanse schrijfster wordt zij vooral gepercipieerd als moslima die de politieke situatie in Pakistan mag duiden.

‘Je moet een stuk meegaan in die logica, maar je moet op tijd je grenzen aangeven.' Zegt ze me.

Hoe bepaal jij je grenzen Neel? En hoe zorg  je ervoor dat je niet enkel herleidt word tot je etnie of tot je vermeende overtuiging?

Natuurlijk is Londen en de rest van het Verenigd Koninkrijk niet immuun voor de tijdsgeest en de wind van angst en wantrouwen die over West-Europa waait.

Ook hier worden de  debatten over multiculturalisme, nationaliteit en immigratie steeds scherper , zeker na de aanslagen van 2005.

Maar toch lijkt het alsof jullie er enigszins in geslaagd zijn om de angst voor de ander onder controle te houden.  Ik heb het gevoel dat er hier met elkaar wordt gepraat, niet meer over de wenselijkheid of onwenselijkheid van de multiculturele samenleving, ik ben bang dat wij op het Europese vasteland nog heel erg vastzitten in dat heel erg  twintigste-eeuws denken over multiculturaliteit waarbij er slechts twee opties zijn; ofwel vinden we multiculturaliteit een feest ofwel vinden we het de hel en moeten we manieren zoeken om terug naar het pre-multiculturele tijdperk te gaan waar alles zoveel beter was. 

Hier lijkt die multiculturaliteit op zich niet echt een issue. Het is een feit, het is hoe die Britse samenleving is. Het debat gaat eerder over het zoeken naar  een evenwichtige  modus vivendi. Over de vraag hoe je die diversiteit ten goede kan aanwenden, welke interessante dingen er kunnen ontstaan wanneer je  die verschillenden culturen en talen met elkaar confronteert.  Die hybride kunstuitingen lijken veel gemakkelijker hun weg te vinden hier.  Je had hier al in de jaren zestig gemengde theatergezelschappen die experimenteerden met  een niet-westerse canon, die bijvoorbeeld putten uit Zulu verhalen of de Indische epische verhalen uit  de .

Door die langere traditie van meerstemmigheid heb ik het gevoel dat kunstenaars zich veel minder geroepen voelen om de gemeenschap waaruit ze komen te vertegenwoordigen, ook al is er nog steeds die verwachting dat  theatermakers of schrijvers de stem zijn van ‘hun' gemeenschap.

En dat geeft volgens mij een grote vrijheid aan kunstenaars, de vrijheid om je eigen stem te ontwikkelen en je eigen verhaal te vertellen. Dat is van een onschatbare waarde,tenslotte wil je als kunstenaar niet zomaar een doorgeefluik zijn van verhalen die al eerder verteld zijn, maar wil je eigen kleur en je eigen visie op de wereld vormgeven.

Ik kijk uit naar jouw antwoord.

 

Top

Translation

Letter to Neel Mukherjee

 

Dear Neel,

My God, Neel, how do you manage to write in this city? How do you manage to shut this city out, distance yourself from it and bring your inner world to the fore?

Do Londoners ever sleep?

I suppose one gets used to anything, the noise, the lights, the traffic and the millions of people. As long as you wander round long enough amidst all this commotion.

I don't have time to get used to it. I go on the bus and the underground. Bus no. 19 goes from Battersea Bridge over the river, straight past an endless succession of glittering shops. One shopping street after the other, the smartest boutiques and the most exclusive labels. You don't see many ‘ordinary' shops in this part of town. Small baker's shops have become extinct and the same fate awaits small bookshops. Like Starbucks and McDonalds, Waterstones, a big chain of bookshops, is on almost every street corner.

The French sociologist Durkheim called it Le mal de l'infini, the destructive and unbounded desire for more and more. Now that I ride past this terrible excess of inaccessible wealth day after day, I've become convinced that it's much too easy to dismiss what happened here several months ago as just blind vandalism and looting. There is something fundamentally wrong in our society and it triggers young people's fury and lust for destruction.

There are a huge number of stories in this boundless city, and you cannot but listen, watch, and wonder where it continues to derive its energy. For those who know how to surf on this energy, the possibilities are limitless. All the rest are pushed aside.

It is very difficult to close yourself off from this city and I wonder how you cope with it. How do you remain master of your own literary ambition and agenda in a city that forces you to take sides and nail your colours to the mast? In a city that draws you into its swirling stories.

There is a great temptation to be not just an outsider, but a genuine part of the city. Someone who doesn't just hear the city's heartbeat, but feels it too.

London gives you this space, so you can pretend you're not a foreigner, pretend you're a part of the city, pretend you know perfectly well where you're going. Colour, ethnicity and religion seem not to matter.

I was convinced that the British were less forced in their attitude to diversity. I have to admit that the policemen in turbans appealed to my imagination. I thought that in London there was no possibility of the one-sided story that the English-speaking Nigerian writer Chimamanda Adichie warned of.

Or is this just a splendid illusion?

Though the Office of National Statistics is highly proficient in classifying its subjects by colour.

This institution has a colour for each population group. The largest group is still the whites, who are also subdivided into British whites, followed by Irish whites. A small minority is defined as ‘other whites'. It should be clear that you can't put all whites in one basket. And because the skin colour of Indians, Pakistanis and Bangladeshis is so hard to capture in a single description, the institution has the name ‘South Asians' for this category of people.

It's not so difficult to classify the people of Sub-Saharan Africa or the Caribbean, using the categories British, African and Caribbean blacks with, just like the whites, a category for the rest too: ‘other blacks'. There are countless variations on ‘mixed race'. The fact that there is no scientific foundation for dividing the human species by so-called race appears to be no obstacle to this institution.

In British statistics the Chinese simply remain Chinese.

For all other indefinable colours there is the category called ‘other ethnic groups'.

So in your country they count coloured beads.

In our country there are also people who dream of being able to count coloured beads and put them in the right compartments; how much clearer it would make life.

When I asked Kamila Shamsie about how her work is perceived, she says: ‘Here too, as a non-white British writer it's very difficult to be counted as part of mainstream literature'.

As a British-Pakistani writer she is perceived above all as a female Muslim whose task it is to interpret the political situation in Pakistan.

‘You have to go along with this logic to some extent, but you have to set your limits before it goes too far.'

Neel, how do you set your limits? And how do you make sure that you aren't just reduced to your ethnicity or your supposed beliefs?

London and the rest of the United Kingdom are of course not immune to the spirit of the age and the wind of fear and distrust that is blowing over Western Europe.

Here too the debate on multiculturalism, nationality and immigration are becoming increasingly acute, especially after the attacks in 2005.

But still, it seems that your country has succeeded to a certain extent in keeping the fear of the other under control. I have the feeling that people talk to each other more here, and no longer about how desirable or otherwise a multicultural society is; I'm afraid that on the European continent we are still stuck in that very twentieth-century way of thinking on multiculturalism where there are only two options: either we consider it a feast or we think it's a hell and have to look for ways of returning to the pre-multicultural era when everything was so much better.

Here, multiculturalism itself doesn't seem to be a real issue. It is a fact; it is what British society is like. The debate is more about looking for a balanced way of living. About the question of how you can use this variety to advantage, and what interesting things may occur when you bring these different cultures and languages into contact with each other. This sort of hybrid artistic expression seems to find its way to the surface more easily here. In the sixties there were already mixed theatre companies here that experimented with a non-Western canon, who for example drew on Zulu stories and the epic Indian stories from the Mahabharata.

I get the feeling that as a result of this longer tradition of multiple voices, artists feel much less called upon to represent the community they come from, even though there is still the expectation that theatre-makers and writers are the voice of ‘their' community.

And according to me this gives artists a great freedom, the freedom to develop one's own voice and tell one's own stories. This is priceless, since as an artist one does not after all want to be simply a channel for stories that have already been told; you want to shape your own view of the world.

I'm looking forward to your reply.

 

The reply of Neel Mukherjee

 

Top

Bookmark and Share Back