calendar

 

Frank Albers

Biography

Frank Albers (1960) is a publicist and writer. He holds degrees in philosophy and literature in English and took a PhD in Harvard, with a dissertation on the utopian philosophies of Rousseau and Ralph Waldo Emerson. With writer Bernard Dewulf he was the editor of the literary magazine Nieuw Wereldtijdschrift between 1998 and 2000 and he led the literary supplement of leading newspaper De Standaard from 2001 until 2005.

Albers’ literary debut was the fragmented novel Angst van een Sneeuwman (The Fear of a Snowman, 1982) which won the Yang Prize in 1983. In 2007 he published Beatland, a travel essay in which the author traces Jack Kerouac’s trips across the United States, exactly fifty years after the first publication of On the road. As a translator, Albers has taken on Shakespeare’s Hamlet, Titus Andronicus and King Lear to critical acclaim.

 

Top

Authors' text

Brief aan Edo Popovic

 

Waarde Edo Popovic,

Laat ik het maar meteen bekennen: voor ik in april 2011 naar Dubrovnik vloog om er een maand aan een roman te werken, had ik niets met uw land. Ik was er nooit eerder geweest, had er nooit een boek over gelezen. De enige Kroaten die ik me kon voorstellen waren hoogbegaafde voetballers: Mario Stanic, Robert Spehar, Bosko Balaban, Ivan Leko, Ivan Perisic. Allemaal speelden ze ooit voor mijn favoriete Club Brugge. Stanic, Spehar en Perisic waren zelfs topscorer in de Belgische competitie. Maar verder? Kroatië?

De naam riep slechts vage herinneringen op aan televisiebeelden van een oorlog die ik nooit goed had begrepen en die me ook nooit echt had geïnteresseerd. Er was die vervelende man geweest met dat helmboswuivende zilvergijze haar, en dan die akelige generaal die uw land pas vele jaren later aan Den Haag heeft uitgeleverd omdat u anders geen lid mocht worden van de EU. (Als je ziet hoe het nu in de EU toegaat wilt u uw generaal misschien wel terug.) Ik beschouwde die oorlog in de jaren negentig als de zoveelste episode in het chronische gebakkelei tussen twistzieke Balkanvolkeren die, zo lijkt het wel, altijd het slechtste in elkaar naar boven jennen en daarin opvallende gelijkenissen vertonen met de Vlamingen en de Walen, althans met het deel van de bevolking hier dat België graag voorstelt als een aprilgrap van de geschiedenis, een onvruchtbaar reservaat waar wij Vlamingen ons dringend uit moeten bevrijden. Pas toen ik in Dubrovnik verbleef en over uw land las en praatte met Kroaten, begon ik te beseffen dat Vlamingen en Kroaten echt wel wat met elkaar gemeen hebben.

Zo spreken en schrijven wij geen van beide in een wereldtaal. Ik neem aan dat u uw taal koestert zoals ik de mijne, maar ook u zal moeten toegeven dat, wanneer wij met de wereld willen spreken, onze moedertaal eerder een muilband is dan een megafoon. Zonder vertalingen zouden wij in onze literaire cultuur gevangen zitten als in een isoleercel.  En zelfs mét vertalingen blijft het behelpen. Voor wie geboren is in een kleine taal als het Nederlands of het Kroatisch lijkt schrijven een vorm van eenzame opsluiting. En wij hebben nog meer gemeen. Zowel Kroaten als Vlamingen kregen in de loop der eeuwen nogal wat ongenode gasten over de vloer. Bij jullie waren dat Hongaren, Habsburgers, Venetianen, Serviërs en communisten, bij ons Spanjaarden, Oostenrijkers, Fransen, Ollanders en Duitsers. Journalist Marcus Tanner omschrijft Kroatië als "a small but strategically positioned country on the crossroads of Europe" dat vaak ten prooi is gevallen aan "predatory interest on the part of stronger neighbours." Daar kunnen Vlamingen zich wel iets bij voorstellen.Volgens Tanner zijn de Kroaten nog steeds op zoek naar hun culturele identiteit: "They are not yet certain they have found one with which they can feel comfortable." Ook die zoektocht is de Vlamingen niet vreemd.

"Kroaten wilden altijd iemand anders zijn," vertelde Slavica Stojan me op een zonnige vrijdagochtend in de grote, lege vergaderzaal op de eerste verdieping van de Croatian Academy of Arts and Sciences. "Eerst waren ze francofiel, toen Hongarofiel, en nu zijn ze Eurofiel." Slavica, een in Dubrovnik geboren en getogen historica, ging flink tekeer tegen de Kroatische intellectuelen die maar wat graag afgeven "op alles wat Kroatisch is en zichzelf liever zien als Europese wereldburgers." Ik weet niet waar u woont maar volgens Slavica bevindt deze kokette kliek zich voornamelijk in Zagreb. Zij noemde hen "culturele landverraders". Ik schrok van haar heftige patriottisme. Slavica leek me intelligent, erudiet, gesofisticeerd - eigenschappen die ik niet met patriottisme associeer. Patriotism is the last refuge of a scoundrel zei Samuel Johnson en Slavica leek me geen scoundrel. Maar haar omschrijving van bepaalde Kroatische intellectuelen als ‘culturele landverraders' deed me toch ook weer denken aan mijn eigen land, waar de zoete walm van het cultureel nationalisme de laatste jaren steeds sterker opwelt en alsmaar meer geesten bedwelmt.

Wat me in uw land het meest heeft getroffen: met wie ik ook sprak - taxichauffeurs, barmannen, academici, journalisten, zelfs de voormalige minister van toerisme Pave Župan Rusković - iedereen bleek teleurgesteld door wat de onafhankelijkheid van Kroatië de meeste Kroaten tot nu toe heeft gebracht. Iedereen klaagde over incompetente en corrupte politici, over wanbeheer en onvermogen. Het trieste symbool van deze ontnuchterende ervaring is natuurlijk Ivo Sanader, de man die van 2004 tot 2009 premier van uw land was en nu al bijna een jaar in voorhechtenis zit op verdenking van grootschalige corruptie. That it should come to this... Zo vurig het verlangen naar een onafhankelijk Hrvatska altijd is geweest, zo bitter was kennelijk het ontwaken in een klein republiekje dat algauw alle feilen bleek te vertonen die zich ook elders en vroeger hadden voorgedaan en die wellicht onvermijdelijk zijn overal waar mensen zich schroeien aan rijkdom en macht. 

Die teleurstelling in uw land is natuurlijk niet uitsluitend het gevolg geweest van menselijke, individuele fouten en zwakheden. Geen enkel land in dit deel van de wereld  kan zich nog onttrekken aan economische krachten en ontwikkelingen die niemand meer beheerst terwijl ze toch niet door God zijn bedacht. Niemand ontkomt aan de ontreddering en de terreur veroorzaakt door het ongebreidelde gesjacher van beleggers en speculanten. Geen premier of president die daar wat tegen vermag. Parlementen zijn de peeskamertjes van de haute finance. Het voorbije jaar heeft de échte macht in Europa en de VS duidelijker, schaamtelozer dan ooit zijn ware smoel getoond. Wie nu nog bazelt over politieke onafhankelijkheid leeft op een andere planeet.

Ik ben zeer benieuwd naar uw indrukken van België en Vlaanderen.

Met collegiale groet,

Frank Albers

Top

Translation

Letter to Edo Popovic

 

Dear Edo Popovic,

Let me confess something straight away: before I flew to Dubrovnik in April 2011 to spend a month there writing a novel, I knew nothing about your country. I had never been there before and had never read anything about it. The only Croats I could call to mind were talented footballers: Mario Stanic, Robert Spehar, Bosko Balaban, Ivan Leko, Ivan Perisic etc. All of them at some time had played for my favourite team, Club Brugge. Stanic, Spehar and Perisic were even top scorers in the Belgian pro league competition. But more than that? Croatia?

The name only called up vague memories of TV pictures of a war that I had never really understood and that had never really interested me that much. There had been that unpleasant man with that huge head of wavy silver grey hair and then that equally unpleasant general that your country extradited to The Hague, though only many years later, because otherwise you couldn't become a member of the EU. (If you look at the present state of affairs in the EU perhaps you'd like him back again.) I looked upon the war in the nineties as the umpteenth episode in the chronic squabble between quarrelsome Balkan peoples who, so it would appear, always seem to bring out the worst in themselves and in so doing show a striking resemblance to the Flemings and Walloons, at any rate with the part of the population that likes to call Belgium one of history's April Fool jokes, an infertile reserve from which we Flemings desperately need to free ourselves. It was only once I was staying in Dubrovnik and read about your country and talked with the local population that I began to realise that Flemings and Croats really do have something in common.

Neither of us speak or write in a world language. I would suppose that you cherish your language as I do mine, although I'm sure that you have to agree that when we wish to speak with the world our mother tongue is more of a muzzle than a megaphone. Without translations we would be as prisoners in solitary confinement in our literary culture. And even with translations we only just manage. For someone born in a minor language like Dutch or Croatian, writing seems like a form of solitary confinement. And we have even more in common. Down the centuries, both Croats and Flemings have had the unexpected pleasure of quite a few uninvited guests. In your case they were Hungarians, the Habsburgs, Venetians, Serbs and communists, in ours Spaniards, Austrians, Frenchmen, Dutch and Germans. Journalist Marcus Tanner describes Croatia as "a small but strategically positioned country on the crossroads of Europe" that has often fallen victim to "predatory interest on the part of stronger neighbours". Flemings know all about that, I can assure you. According to Tanner, the Croats are still looking for their cultural identity: "They are not yet certain they have found one with which they can feel comfortable". The Flemings are no strangers to that quest either.

"Croats always wanted to be someone else," Slavica Stojan told me on a sunny Friday morning in the large, empty meeting room on the first floor of the Croatian Academy of Arts and Sciences. "First they were Francophile, then Hungarophile and now they're Europhile." Slavica, a historian born and bred in Dubrovnik, took to task those Croat intellectuals who like to decry "everything that's Croat and prefer to see themselves as European world citizens". I don't know where you live, but according to Slavica this coquette clique are mainly to be found in Zagreb. She called them "cultural traitors of their country". I was shocked by her vehement patriotism. Slavica appeared to me to be intelligent, erudite, sophisticated - not the sort of thing I'd associate with patriotism. ‘Patriotism is the last refuge of a scoundrel', as Samuel Johnson put it, and I didn't think Slavica a scoundrel. Yet her description of certain Croat intellectuals as ‘cultural traitors of their country' started me thinking of my own country, where in recent years the sweet smoke of cultural nationalism has been welling up ever stronger and stupefying ever more minds.

But there's one thing that has really struck me in your country: whoever I spoke to - taxi drivers, barmen, academics, journalists, even Pave Župan Rusković, the former minister of tourism - everyone seemed disappointed with what Croatia's independence had brought to most Croats so far. Everyone grumbled about incompetent and corrupt politicians, about mismanagement and no money in their pockets. The sad symbol of this sobering experience is of course Ivo Sanader, the man who from 2004 to 2009 was prime minister of your country and who now for almost a year has been on remand on suspicion of major corruption. That it should come to this... Fervent as the desire for an independent Hrvatska has always been, it was obviously just as bitter to awaken in a small republic that seemed to display all the shortcomings that occurred previously elsewhere and which are perhaps inevitably to be found where people burn their fingers on riches and power.

This disappointment in your country has obviously not been purely the result of individual human mistakes and weaknesses. There isn't a single country in this part of the world that can get away from the economic powers and developments that no one any longer controls, though they certainly weren't thought up by God. No one escapes the upheaval and the terror caused by the unbridled bartering by investors and speculators. There's not a single prime minister or president who can do anything to combat this. Parliaments are the press rooms of high finance. In the past year the true power in Europe and the US has shown its face clearer and more unashamedly than ever before. Anyone who waffles on about political independence is living on another planet.

I'm very curious to know your impressions of Belgium and Flanders.

                     
With fraternal greetings,
Frank Albers

 

 

Top

Bookmark and Share Back