calendar

 

Miriam Van hee

Biography

Miriam Van hee (1952) debuted in 1978 with her poems about homesickness, melancholy and loneliness. To her displeasure she was classified by the critics as Neoromantic, the predominant trend in Flemish poetry at that time. Nevertheless, her poetry is not a flight from reality, as Van hee does broach realistic subjects. Her style is also close to spoken language and appears, if anything, cautious. Falteringly, the poet attempts to come to terms with the world, while holding on to the familiar. The reader imagines himself safe in her world, an illusion that is often suddenly dashed. Her sixth collection of poems, Achter de bergen (Behind the Mountains, 1996) was awarded the Flemish Culture Prize for Poetry in 1998. That same year, her poems were collected in Het verband tussen de dagen: gedichten 1978-1996 (The link between the days: poems 1978-1996), from which a large selection has been translated into French. This led the Magazine Littéraireto name her ‘the poetic discovery of the past few years'. Her latest collection, De bramenpluk (Blackberry Picking, 2002), includes poems about travel, landscapes, animals, art and love. Van hee is also a Slavist and has translated works by authors such as Mandelstam and Akmatova.

 

Translations

Le lien entre les jours (French) / Paris: Le Castor Astral, 2000.

Och vi for förbi (Swedish) / Lund: Ellesrtröms/Lagland, 2001.

Selected poems (Russian) / Moscow: Ogi Publishers, 2004.

English translations in The Literary Review, Modern Poetry in Translation, a.o.

Top

Authors' text

Brief aan Michal Witkowski

 

Beste Michal,

Als ik aankom op het vliegveld van Krakau, is het al donker. Dat zal me de volgende dagen blijven verwonderen, dat de nacht hier vroeg valt, tegen half vijf is het volslagen duister. Ik logeer hier de hele maand november, niet in de mooie renaissance villa Decius, maar in het gebouw dat in vroeger tijden voor het huispersoneel was bestemd. Niettemin een mooi gerestaureerde kamer waarvan de ramen op het park uitgeven. Wat opvalt is de stilte. Verder het romantische uitzicht. Overal hoge bomen met hun verkleurde gebladerte, kastanjes, beuken, esdoorns. Het park wordt bewoond door roeken. Je ziet ze overal in de afgevallen bladeren scharrelen en ze halen er donkere ronde vruchten vanonder. Het lijken noten, maar er staan geen notelaars. Deze omgeving doet dienst als decor voor trouwpartijen. Op een dag lag er bij mijn thuiskomst een bruid op het grasperkje voor de ingang, haar hoofd in een onnatuurlijke houding achterwaarts naar de camera gedraaid. Haar rug was ontbloot. Na de fotosessie zie ik dat de bruidegom op krukken loopt. Een andere keer spelen vijf jongens (ik schat ze zo'n jaar of tien) urenlang in de afgevallen bladeren, ze gooien ze op een hoop en verstoppen zich er in, ik hoor in mijn kamer hun gejoel.

Jerzy Koch, de man (professor Nederlands en Afrikaans in Poznan) die mijn gedichten in het Pools vertaalt, zegt me, wacht maar, als het één dag stevig waait of vriest, zijn al de bladeren in één keer weg. Hij raadt me aan de begraafplaatsen te bezoeken bij schemering, daar branden nu overal gele en rode lantarentjes en het staat er vol bloemen. En ja, dat is wel een verschil met ons land, het katholicisme, de devotie van de Polen gaat diep, ze knielen langdurig neer voor het altaar of voor afbeeldingen van de Moeder Gods ze raken beelden aan met hun handen. Er zijn veel jonge mensen onder de kerkgangers, en van kinderen wordt in de kerk heel wat getolereerd,  zo zie ik een jonge moeder haar kinderen uit de biechtstoel sleuren, waar ze met de gordijnen aan het spelen waren en op den duur met elkaar slaags geraakten, het baat echter niet en de vader wordt bruusk uit zijn gebed losgerukt: hij moet zijn gezag laten gelden.

En je kunt er niet naast kijken, overal standbeelden van Paus Johannes Paulus II, die hier op de universiteit zijn studentenjaren doorbracht. De jonge Duitse vertaalster, die de kamer naast mij bewoont, vertelt dat ze al drie jaar in Polen woont en zich er thuis voelt. Ze vindt de Poolse jongeren wel wat ouderwets, er lijkt geen ruimte voor een ondergronds, progressief leven. Studenten willen hun studie afmaken, een baan vinden, trouwen en dan een huis kopen (is dat bij ons in deze tijd anders, vraag ik me af). Een kwestie als abortus bijvoorbeeld ligt hier heel moeilijk, zegt ze.

Op het slotfeest van het Conradfestival, waarop ik uitgenodigd ben, praat ik met de adjunct-directeur van het Institut français in Krakau, behalve over het op dit moment nog steeds ongeregeerde België, over de rijke Poolse literatuur van dit ogenblik. Voorts verneem ik van hem dat Michel Houellebecq, die, naast David Grossman eregast op het festival is, de Polen hetzelfde gelapt heeft als eerder de Belgen, hij is niet komen opdagen. 

Ik word getroffen door de realiteit van de globalisering. Er is een tram die van de ene Carrefour naar de andere rijdt. De Fransen lijken het hier goed voor mekaar te krijgen, ook Auchan is hier vertegenwoordigd en in de voorstad zijn er vestigingen van Citroën en Peugeot. En zie ik daar niet Juliette Binoche op reuzenpanelen reclame maken voor het Crédit Agricole?

Vandaag ben ik in de helft van mijn verblijf, het is zondag en ijzig koud. Er is geen beweging in het park, als ik op de bus wacht zie ik alleen af en toe iemand een winkel binnenstappen waarop Alkohole staat, die winkels zijn elke dag open, ook op 1 en 11 november, als verder alleen de kerken open zijn. Eergisteren, op de tram naar Nowa Huta (de arbeiderswijk die begin jaren 50 aan Krakau werd ‘toegevoegd'), zag ik een jongeman met moeite naar de uitgang strompelen. Hij stapte af, viel ter plaatse neer en bleef in foetushouding liggen. De passagiers kwamen zwijgend aan het raam kijken. De conducteur wachtte even en reed dan verder.

Omdat ik beter werk als ik elke dag ook een ommetje maak, besluit ik om het Wyspianski-museum te bezoeken. Er is in deze stad zoveel te zien dat ik elke dag van de maand iets interessants zou kunnen bekijken. Wyspianski is een symbolistische, veelzijdige kunstenaar die in Krakau woonde en werkte. Hij maakte tekeningen, pastels maar ook ontwierp hij decors voor theaterstukken die hij zelf schreef, en hij ontwierp meubelen, interieurs, en zelfs waagde hij zich aan gedichten. Zijn thema's zijn de Poolse tradities (in zijn tijd maakte Krakau deel uit van het Oostenrijks Hongaarse rijk), vrijheid en de romantiek. En in het museum vind ik een link tussen deze auteur en een beroemde Gentenaar, Maeterlinck. Wyspianski ontwierp namelijk in 1899 een affiche voor de voorstelling van Maeterlincks toneelstuk: Interieur. Ik neem me voor om het te lezen.

Mij vallen de tekeningen die hij van zijn gezin maakte op: zijn dochtertje Helenka, nadat ze ontwaakt is, haar haren in de war, haar ogen in het niets starend, maar vooral een kleine tekening van twee broertjes aan tafel, boven een bord soep, waarin werkeloos de lepel ligt. Geen van beiden wil eten, ze hebben hun ellebogen op de tafel, ze kijkend verveeld maar ook met iets van angst voor straf in hun blik. Wat een tijdloos tafereel!

Miriam Van Hee

Top

Translation

Letter to Michal Witkowski

 

Dear Michal,

When I arrive at the airport in Krakow, it's already dark. That will continue to surprise me the next days, the night comes early here, at half past four it is completely dark. I am staying here as a writer in residence for the whole month of November, not in the beautiful Renaissance Villa Decius, but in the building that was intended for house staff in former times. Nevertheless, a beautifully renovated room with windows looking out over the park is. What is striking is the silence. And the romantic view from my window. Everywhere trees with their foliage discolored, chestnuts, beeches, maples. The park is inhabited by rooks. You see them everywhere in the fallen leaves, scratching for dark round fruit. They look like nuts, but there are no walnut trees. This environment serves as a backdrop for weddings. One day when I returned to my temporary home I saw a bride lying on the grass in front  of the entrance, her head in an unnatural position rotated back to the camera. Her back was bare. After the photo shoot, I saw that the groom was on crutches. Another time five boys (I guess they are about ten) play in the fallen leaves for hours, they throw them in a heap and then try to hide in it, I hear them shouting in my room.

Jerzy Koch, professor of Dutch and Afrikaans in Poznan who translates my poems into Polish, tells me: wait, one day of strong wind or frost, and the leaves will all be gone. He advises me to visit the cemeteries at dusk, yellow and red lanterns will be lit everywhere and it will be full of flowers. And yes, that's a difference with our country: Catholicism, the devotion of the Polish is strong, they kneel down in front of the altar or of images of the Mother of God; they touch the statues with their hands.

There are many young people among the congregation, and people are very tolerant towards children in the church. I see a young mother who tries to drag her children out of the confessional, where they were playing with the curtains and then started fighting. When that is of no avail, the father is torn from his prayer: he must assert his authority.

And it is hard not to see all those statues of Pope  John Paul II, who has spent his college years here. The young German translator who lives in the next room, says she has been living in Poland for three years now and feels at home. She does find the Polish youth rather old fashioned, there seems no room for an underground, progressive life. Students want to finish their studies, find a job, get married and buy a house (is that differently in Belgium now, I wonder). An issue such as abortion is very difficult here, she says.

At the closing party of the Conrad Festival, to which I am invited, I talk with the Deputy Director of the Institut français in Krakow. We talk about Belgium, a country still without a government at this point but also about the rich Polish contemporary literature. Furthermore, I hear from him that Michel Houellebecq, who, alongside David Grossman, was a guest of honor at the festival, has done to the Poles what he has done before to the Belgians: he did not show up.

I am struck by the reality of globalization. There is a tram driving from one Carrefour supermarket to the next. Auchan is represented in the city as well and there are branches of Citroen and Peugeot. And isn't that Juliette Binoche on giant bill boards, advertising for the Crédit Agricole?

Today I'm halfway my stay, it's Sunday and icy cold. There is no movement in the park. When waiting for the bus, I only occasionally see someone entering  a shop with Alkohole on its window. That shop is open every day, including November 1 and 11, days when only churches are open. Two days ago, on the tram to Nowa Huta (the workers' district that was "added" to Krakow 50 years ago), I saw a young man limping to the exit. He got off, fell down on the spot and remained lying in fetal position. The passengers approached the windows, looking out in silence. The driver paused and then drove on.

Because I work better when I take a walk in the mornings, I decide to visit the Wyspianski museum. There is so much to see in this city that one would be able to visit something interesting every single day of the month. Wyspianski is a symbolist, versatile artist who lived and worked in Cracow. He made drawings, pastels, and he designed sets for plays which he wrote himself. He designed furniture, interiors, and even gave poetry a try. His themes are Polish tradition (in his time was Krakow part of the Austro Hungarian Empire), freedom and romance. And in the museum I find a link between this author and a famous Belgian writer from Ghent, Maeterlinck. Wyspianski designed in 1899 a poster for the performance of Maeterlinck's play: Interior. I intend to read it.

I am struck by the drawings he made of his family: of his daughter Helenka, after she had woken up, her hair tousled, her eyes staring into nothingness; and most of all of a small drawing of two little brothers at the table, bent over a bowl of soup, with a spoon unemployed. Neither wants to eat, they have their elbows on the table, looking bored but also with something of fear of punishment in their eyes. What a timeless scene!


Miriam Van hee

Top

Bookmark and Share Back